Kees, jij bent verantwoordelijk voor de monitor Leerplus. Wil je je even voorstellen?
Ik ben oorspronkelijk afgestudeerd als socioloog en sinds 1994 in dienst bij
Regioplan Beleidsonderzoek 
. In mijn jaren bij Regioplan ben ik eerst als onderzoeker en nu al weer aantal jaren als projectleider bij een groot aantal onderzoeksprojecten op het terrein van onderwijs betrokken geweest. Voor de monitor Leerplus werk ik samen met mijn collega Bjørn Dekker. Onze gezamenlijke expertise op het vlak van kwantitatief en langlopend onderzoek, en onze kennis van het onderwijs, van onderwijsachterstanden en voortijdig schoolverlaten komen bij de uitvoering van de monitor goed van pas. Bovendien hebben we veel ervaring in het werken met grote databestanden en kennen we de onderwijsnummerbestanden die we voor de monitor analyseren.
De 0-meting van de monitor is onlangs gepubliceerd. Wat vind jij verrassende conclusies hierin?
De 0-meting brengt vrij helder in beeld dat de leerplusscholen (als totale groep) er zowel op het terrein van het voortijdig schoolverlaten als de leerprestaties minder gunstig voor staan dan de
niet-leerplusscholen. Dat neemt niet weg dat er binnen de groep leerplusscholen ook scholen voorkomen die goed scoren op de verschillende indicatoren. Als er uitsplitsingen worden gemaakt naar onderwijssoort zijn de verschillen naar eindexamenresultaten soms beperkt.
In april ga je de tweede monitor uitvoeren. Hoe doe je dat?
Net als bij de 0-meting gaan we analyses uitvoeren op de onderwijsnummerbestanden. Dit doen we om de ontwikkeling van de leerplusscholen in kaart te brengen op de verschillende indicatoren: het percentage voortijdig schoolverlaters, de eindexamenresultaten, het percentage zittenblijvers, de uitstroom naar een vervolgopleiding. Bovendien zullen we bij deze meting ook op- en afstroomcijfers analyseren en wellicht de uitstroom naar arbeid. Dat laatste kan echter alleen als de desbetreffende informatie bij CBS beschikbaar is.
Vanwege de voorwaarden die er worden gesteld aan het werken met onderwijsnummerbestanden, zullen de eerste bewerkingen en analyses op de bestanden worden uitgevoerd bij CFI (en eventueel later bij CBS). De bestanden op leerlingniveau worden daar omgezet naar bestanden op het niveau van de school en het onderwijstype. Op die bestanden worden dan de verdere analyses voor de monitor uitgevoerd.
Je gebruikt daarbij ook gegevens uit ICO-Leerplus. Dat wil zeggen als scholen daar toestemming voor geven. Wat doe je met die gegevens?
We willen voor de monitor graag gebruik maken van gegevens uit ICO-leerplus, om in beeld te krijgen in hoeverre de ontwikkelingen op de leerplusscholen samenhangen met het door die scholen gevoerde beleid. In de komende meting willen we een eerste inventarisatie maken van de beleidsdoelstellingen en activiteiten van de verschillende leerplusscholen. In de latere metingen zullen de analyses er meer op zijn gericht om in het beleid van de scholen verklaringen te vinden voor specifieke ontwikkelingen. Bovendien zal dan worden gezocht naar succesvolle aanpakken.
Overigens zal over de resultaten van al onze analyses slechts in algemene termen worden gerapporteerd. In onze rapportages zullen geen individuele scholen herkenbaar zijn.
Wanneer kunnen scholen de resultaten van de 1-meting lezen?
Het verloop van de monitor is natuurlijk afhankelijk van de beschikbaarheid van de verschillende databestanden en van de informatie uit ICO-leerplus, maar we gaan er voorlopig van uit dat de resultaten van de 1-meting in het najaar (in september of oktober) voor de scholen beschikbaar zijn.